Universitair Ziekenhuis Brussel, Jette

Patiëntveiligheid

Kwaliteit van zorg kan bekeken worden voor specifieke aandoeningen. Daarnaast zijn er een aantal aspecten van de zorg die breder gaan dan één bepaalde aandoening. Deze aspecten zeggen iets over de volledige ziekenhuiswerking. Zo is er het domein patiëntveiligheid, waarbij de risico’s op schade tijdens de zorg voor patiënten in kaart worden gebracht. Door deze risico’s na te gaan kunnen ze maximaal worden vermeden. Binnen het domein patiëntveiligheid werden verschillende kwaliteitsindicatoren ontwikkeld. Deze gaan over elementen die de zorg voor alle patiënten in het ziekenhuis beïnvloeden. Voorbeelden zijn goede handhygiëne, correcte toediening van geneesmiddelen en het correct identificeren van patiënten.

Welke aspecten worden gemeten ?

Concreet peilen we naar:

  • Basisvereisten voor goede handhygiëne bij zorgverleners (korte nagels, geen juwelen, ...)
  • Correcte identificatie van patiënten (heb ik de juiste patiënt voor me)
  • Veiligheid van medicatietoediening (correct voorschrift en voorwaarden voor toediening)
  • Het gebruik van een checklist voor veilige operaties
  • Het aantal ongeplande heropnames (een heropname die niet voorzien was)
  • De graad van vaccinatie tegen COVID-19 van de medewerkers

Hoe kan je de resultaten interpreteren ?

Voor de meeste van deze indicatoren werd een streefwaarde bepaald. De grafiek maakt duidelijk of een ziekenhuis met zijn resultaat de streefwaarde behaalt.
Elke indicator staat op zichzelf. U kan dus geen optelsom maken van alle behaalde resultaten. De indicatoren geven dan ook geen totaalbeeld van de kwaliteit in een ziekenhuis. Het gaat om deelaspecten.
Bespreek de resultaten met uw zorgverlener als u vragen hebt.

Hoeveel procent van de zorgverleners voldoet aan de basisvereisten voor een goede handhygiëne?

88 %
0
10
20
30
40
50
60
70
80
90
100

Waarom is deze indicator belangrijk?

Een goede handhygiëne bij zorgverleners in een ziekenhuis vermijdt dat ziektekiemen worden overgedragen naar patiënten. Daartoe worden de handen van de zorgverleners gecontroleerd op 7 basisvereisten voor een goede handhygiëne. Deze basisvereisten zijn:

  1. Geen armbanden
  2. Geen ringen
  3. Geen horloges
  4. Geen nagellak
  5. Geen kunstnagels
  6. Verzorgde nagels
  7. Kortgeknipte nagels


Deze indicator geeft aan hoeveel procent van de medewerkers met de basisvereisten in orde is.
Een patiënt mag dus van zorgverleners die direct patiëntencontact hebben, verwachten dat hun handen voldoen aan de 7 basisvereisten voor handhygiëne.

Wat kan u zelf doen als patiënt?

Op de website “U bent in goede handen” kan u meer informatie vinden over wat u als patiënt kan doen om de handhygiëne te verbeteren.

Hier staat een staafgrafiek die het resultaat toont van de voorziening dat u hebt gekozen hebt. De staafgrafiek toont ook waar de resultaten uitkomen van 95% van de voorzieningen, de streefwaarde voor deze indicator en de mediaan.

Legende

  • De gekleurde balk toont het resultaat van de voorziening voor de aangeduide periode of van de voorzieningen in de vergelijking voor de meest recente periode.
  • De onderste, grijze balk (het “95% interval”) geeft aan waar de resultaten uitkomen van 95% van de voorzieningen in de meest recente periode.
  • Het gearceerde, blauwe veld geeft aan wat de streefwaarde is voor deze indicator (hoe wordt de streefwaarde gekozen?).
  • De lichtblauwe brede stippellijn is de mediaan of het middelpunt van de sector, in de meest recente periode: de helft van de voorzieningen in deze sector haalde een resultaat hoger dan of gelijk aan de mediaan, de andere helft haalde een resultaat lager dan of gelijk aan de mediaan.

Hier staat een boxplot. Een boxplot toont met een box waar de resultaten liggen van de helft van alle ziekenhuizen. In het midden van de box ligt de mediaan. Daarnaast geeft de boxplot ook aan tussen welke grenzen 80% van alle ziekenhuisresultaten liggen, waar de uitschieters liggen en wat de streefwaarde is voor deze indicator.

Legende

  • De helft van alle voorzieningen ligt met zijn resultaat binnen de rechthoek (de “box”) van deze boxplot.
  • De lijn in het midden van de box geeft de mediaan of het middelpunt aan: de helft van de voorzieningen haalde een resultaat hoger dan of gelijk aan de mediaan, de andere helft haalde een resultaat lager dan of gelijk aan de mediaan.
  • De strepen links en rechts van de box: geven het laagste en hoogst gemeten resultaat weer (het minimum en het maximum). Wie buiten deze lijnen valt, is een uitschieter, een afwijkend resultaat.
  • Het blauw gearceerde veld: geeft de streefwaarde aan voor deze indicator (hoe wordt de streefwaarde gekozen?).

Toelichting voorziening

Universitair Ziekenhuis Brussel, Jette

De basisvoorwaarden voor een goede handhygiëne moeten 100% in orde zijn tijdens de patiëntenzorg. Belangrijke nuance bij het behaald resultaat (88%) is dat deze controles gebeuren bij alle personeelsleden die tijdens de meting op de verpleegeenheid aanwezig zijn, ongeacht of ze met patiëntenzorg bezig zijn. De basisvoorwaarden "korte mouwen" en "lange nagels" waren het vaakst niet in orde. Om dit te verbeteren worden systematisch opleidingen georganiseerd en gesensibiliseerd. Hierbij wordt naast de basisvoorwaarden aandacht besteed aan andere aspecten van handhygiëne zoals de techniek van handontsmetting en de momenten waarop de handen ontsmet of gewassen moeten worden.

Over de periode: 2018

Hoeveel procent van de gecontroleerde patiënten draagt een identificatie-armbandje met alle vereiste én correcte gegevens erop?

97 %
0
10
20
30
40
50
60
70
80
90
100

Waarom is deze indicator belangrijk?

Tijdens een opname in het ziekenhuis, komt u in contact met heel wat zorgverleners (artsen, verpleegkundigen, …) die samen verantwoordelijk zijn voor uw zorg. Omdat het op elk moment belangrijk is dat iedereen goed weet wie u bent, zal u merken dat men op verschillende momenten tijdens uw behandeling opnieuw vraagt naar uw naam en geboortedatum. Tijdens een opname in het ziekenhuis, komt u in contact met heel wat zorgverleners (artsen, verpleegkundigen, …) die samen verantwoordelijk zijn voor uw zorg. Omdat het op elk moment belangrijk is dat iedereen goed weet wie u bent, zal u merken dat men op verschillende momenten tijdens uw behandeling opnieuw vraagt naar uw naam en geboortedatum. Omdat dit armbandje vaak geraadpleegd wordt om te kijken wie u bent, is het belangrijk dat u een armbandje krijgt en uw gegevens hierop correct worden vermeld. Zo kunnen vergissingen of verwisselingen voorkomen worden.

Hier staat een staafgrafiek die het resultaat toont van de voorziening dat u hebt gekozen hebt. De staafgrafiek toont ook waar de resultaten uitkomen van 95% van de voorzieningen, de streefwaarde voor deze indicator en de mediaan.

Legende

  • De gekleurde balk toont het resultaat van de voorziening voor de aangeduide periode of van de voorzieningen in de vergelijking voor de meest recente periode.
  • De onderste, grijze balk (het “95% interval”) geeft aan waar de resultaten uitkomen van 95% van de voorzieningen in de meest recente periode.
  • Het gearceerde, blauwe veld geeft aan wat de streefwaarde is voor deze indicator (hoe wordt de streefwaarde gekozen?).
  • De lichtblauwe brede stippellijn is de mediaan of het middelpunt van de sector, in de meest recente periode: de helft van de voorzieningen in deze sector haalde een resultaat hoger dan of gelijk aan de mediaan, de andere helft haalde een resultaat lager dan of gelijk aan de mediaan.

Hier staat een boxplot. Een boxplot toont met een box waar de resultaten liggen van de helft van alle ziekenhuizen. In het midden van de box ligt de mediaan. Daarnaast geeft de boxplot ook aan tussen welke grenzen 80% van alle ziekenhuisresultaten liggen, waar de uitschieters liggen en wat de streefwaarde is voor deze indicator.

Legende

  • De helft van alle voorzieningen ligt met zijn resultaat binnen de rechthoek (de “box”) van deze boxplot.
  • De lijn in het midden van de box geeft de mediaan of het middelpunt aan: de helft van de voorzieningen haalde een resultaat hoger dan of gelijk aan de mediaan, de andere helft haalde een resultaat lager dan of gelijk aan de mediaan.
  • De strepen links en rechts van de box: geven het laagste en hoogst gemeten resultaat weer (het minimum en het maximum). Wie buiten deze lijnen valt, is een uitschieter, een afwijkend resultaat.
  • Het blauw gearceerde veld: geeft de streefwaarde aan voor deze indicator (hoe wordt de streefwaarde gekozen?).

Toelichting voorziening

Universitair Ziekenhuis Brussel, Jette

We scoren hier geen 100% omdat soms een aantal ouders van onze jonge patiënten en patiënten zelf het identificatiebandje verwijderen. Wanneer zorgverleners patiënten zien zonder identificatiebandje zorgen ze ervoor dat deze patiënten zo snel mogelijk een nieuw identificatiebandje aan krijgen, zodat een correcte patiëntidentificatie bij onderzoeken en behandelingen niet in het gedrang komt. We blijven streven naar de situatie dat alle opgenomen patiënten ten alle tijde een correct en leesbaar identificatiebandje dragen. Hiervoor sensibiliseren we de patiënten (o.a. via onze website) en de personeelsleden continu over het belang van correcte identificatie.

Over de periode: 2018

Hoeveel procent van de geneesmiddelenvoorschriftlijnen is volledig? Bevatten alle geneesmiddelen genoteerd op het voorschrift alle informatie om een correcte aflevering en toediening mogelijk te maken?

93 %
0
10
20
30
40
50
60
70
80
90
100

Waarom is deze indicator belangrijk?

Het geneesmiddelenvoorschrift is de eerste cruciale stap voor een correcte toediening van geneesmiddelen. Elke onvolledigheid in het geneesmiddelenvoorschrift kan aanleiding geven tot vergissingen bij de aflevering en eventueel toediening van geneesmiddelen. Daarom is er ook wettelijk bepaald wat er op een geneesmiddelenvoorschrift moet staan. Deze indicator geeft aan hoeveel procent van de geneesmiddelenvoorschriftlijnen volledig is. Er kunnen verschillende geneesmiddelen op een voorschrift staan, vandaar dat er per geneesmiddelenvoorschriftlijn gekeken wordt of de gegevens volledig zijn. De volledigheid van het voorschrift wordt nagekeken op vijf parameters: (1) naam en voornaam van de patiënt, geboortedatum van de patiënt, (2) details van het voorgeschreven geneesmiddel (naam van het geneesmiddel voluit, vorm van het geneesmiddel, sterkte van het geneesmiddel, dosis van het geneesmiddel, en frequentie van het gebruik van het geneesmiddel), (3) stempel of volledige naam van de voorschrijvende arts, (4) handtekening van de voorschrijvende arts, en (5) datum van het voorschrift.

Hier staat een staafgrafiek die het resultaat toont van de voorziening dat u hebt gekozen hebt. De staafgrafiek toont ook waar de resultaten uitkomen van 95% van de voorzieningen, de streefwaarde voor deze indicator en de mediaan.

Legende

  • De gekleurde balk toont het resultaat van de voorziening voor de aangeduide periode of van de voorzieningen in de vergelijking voor de meest recente periode.
  • De onderste, grijze balk (het “95% interval”) geeft aan waar de resultaten uitkomen van 95% van de voorzieningen in de meest recente periode.
  • Het gearceerde, blauwe veld geeft aan wat de streefwaarde is voor deze indicator (hoe wordt de streefwaarde gekozen?).
  • De lichtblauwe brede stippellijn is de mediaan of het middelpunt van de sector, in de meest recente periode: de helft van de voorzieningen in deze sector haalde een resultaat hoger dan of gelijk aan de mediaan, de andere helft haalde een resultaat lager dan of gelijk aan de mediaan.

Hier staat een boxplot. Een boxplot toont met een box waar de resultaten liggen van de helft van alle ziekenhuizen. In het midden van de box ligt de mediaan. Daarnaast geeft de boxplot ook aan tussen welke grenzen 80% van alle ziekenhuisresultaten liggen, waar de uitschieters liggen en wat de streefwaarde is voor deze indicator.

Legende

  • De helft van alle voorzieningen ligt met zijn resultaat binnen de rechthoek (de “box”) van deze boxplot.
  • De lijn in het midden van de box geeft de mediaan of het middelpunt aan: de helft van de voorzieningen haalde een resultaat hoger dan of gelijk aan de mediaan, de andere helft haalde een resultaat lager dan of gelijk aan de mediaan.
  • De strepen links en rechts van de box: geven het laagste en hoogst gemeten resultaat weer (het minimum en het maximum). Wie buiten deze lijnen valt, is een uitschieter, een afwijkend resultaat.
  • Het blauw gearceerde veld: geeft de streefwaarde aan voor deze indicator (hoe wordt de streefwaarde gekozen?).

Toelichting voorziening

Universitair Ziekenhuis Brussel, Jette

Het UZ Brussel behaalde een heel hoog cijfer voor de indicator “volledigheid van het geneesmiddelenvoorschrift”. 92.1 % van de medicatievoorschriften in UZ Brussel zijn elektronisch en hierop scoorden we een volledigheid van 100 %. Er is nog een beperkte stroom manuele voorschriften die onvolledig scoorden en dit brengt onze totaalscore op 92.7%.  UZ Brussel werkt aan het wegwerken van de manuele voorschriften. Los van deze score levert de ziekenhuisapotheek enkel medicatie af tegenover veilige en duidelijke voorschriften.

Over de periode: 2019

Hoeveel procent van de 22 uit te voeren controles werden daadwerkelijk uitgevoerd voor, tijdens en na een chirurgische ingreep?

91 %
0
10
20
30
40
50
60
70
80
90
100

Waarom is deze indicator belangrijk?

Deze checklijst is een hulpmiddel om ervoor te zorgen dat heelkundige ingrepen op een zo veilig mogelijke manier verlopen. De checklijst beperkt ook de kans op mogelijke verwikkelingen tijdens of na de ingreep. Een correct gebruik van een gestandaardiseerde ‘checklijst veilige heelkunde’ (=safe surgery checklist) leidt tot een vermindering van het aantal complicaties tijdens en na een chirurgische ingreep.

Hier staat een staafgrafiek die het resultaat toont van de voorziening dat u hebt gekozen hebt. De staafgrafiek toont ook waar de resultaten uitkomen van 95% van de voorzieningen, de streefwaarde voor deze indicator en de mediaan.

Legende

  • De gekleurde balk toont het resultaat van de voorziening voor de aangeduide periode of van de voorzieningen in de vergelijking voor de meest recente periode.
  • De onderste, grijze balk (het “95% interval”) geeft aan waar de resultaten uitkomen van 95% van de voorzieningen in de meest recente periode.
  • Het gearceerde, blauwe veld geeft aan wat de streefwaarde is voor deze indicator (hoe wordt de streefwaarde gekozen?).
  • De lichtblauwe brede stippellijn is de mediaan of het middelpunt van de sector, in de meest recente periode: de helft van de voorzieningen in deze sector haalde een resultaat hoger dan of gelijk aan de mediaan, de andere helft haalde een resultaat lager dan of gelijk aan de mediaan.

Hier staat een boxplot. Een boxplot toont met een box waar de resultaten liggen van de helft van alle ziekenhuizen. In het midden van de box ligt de mediaan. Daarnaast geeft de boxplot ook aan tussen welke grenzen 80% van alle ziekenhuisresultaten liggen, waar de uitschieters liggen en wat de streefwaarde is voor deze indicator.

Legende

  • De helft van alle voorzieningen ligt met zijn resultaat binnen de rechthoek (de “box”) van deze boxplot.
  • De lijn in het midden van de box geeft de mediaan of het middelpunt aan: de helft van de voorzieningen haalde een resultaat hoger dan of gelijk aan de mediaan, de andere helft haalde een resultaat lager dan of gelijk aan de mediaan.
  • De strepen links en rechts van de box: geven het laagste en hoogst gemeten resultaat weer (het minimum en het maximum). Wie buiten deze lijnen valt, is een uitschieter, een afwijkend resultaat.
  • Het blauw gearceerde veld: geeft de streefwaarde aan voor deze indicator (hoe wordt de streefwaarde gekozen?).

Toelichting voorziening

Universitair Ziekenhuis Brussel, Jette
Geen toelichting voorzien.
Over de periode: 2021

Hoeveel procent van de door het ziekenhuis voorziene controles werden daadwerkelijk uitgevoerd voor, tijdens en na een chirurgische ingreep?

94 %
0
10
20
30
40
50
60
70
80
90
100

Waarom is deze indicator belangrijk?

Deze checklijst is een hulpmiddel om ervoor te zorgen dat heelkundige ingrepen op een zo veilig mogelijke manier verlopen. De checklijst beperkt ook de kans op mogelijke verwikkelingen tijdens of na de ingreep. Een correct gebruik van een gestandaardiseerde ‘checklijst veilige heelkunde’ (=safe surgery checklist) leidt tot een vermindering van het aantal complicaties tijdens en na een chirurgische ingreep.

Hier staat een staafgrafiek die het resultaat toont van de voorziening dat u hebt gekozen hebt. De staafgrafiek toont ook waar de resultaten uitkomen van 95% van de voorzieningen, de streefwaarde voor deze indicator en de mediaan.

Legende

  • De gekleurde balk toont het resultaat van de voorziening voor de aangeduide periode of van de voorzieningen in de vergelijking voor de meest recente periode.
  • De onderste, grijze balk (het “95% interval”) geeft aan waar de resultaten uitkomen van 95% van de voorzieningen in de meest recente periode.
  • Het gearceerde, blauwe veld geeft aan wat de streefwaarde is voor deze indicator (hoe wordt de streefwaarde gekozen?).
  • De lichtblauwe brede stippellijn is de mediaan of het middelpunt van de sector, in de meest recente periode: de helft van de voorzieningen in deze sector haalde een resultaat hoger dan of gelijk aan de mediaan, de andere helft haalde een resultaat lager dan of gelijk aan de mediaan.

Hier staat een boxplot. Een boxplot toont met een box waar de resultaten liggen van de helft van alle ziekenhuizen. In het midden van de box ligt de mediaan. Daarnaast geeft de boxplot ook aan tussen welke grenzen 80% van alle ziekenhuisresultaten liggen, waar de uitschieters liggen en wat de streefwaarde is voor deze indicator.

Legende

  • De helft van alle voorzieningen ligt met zijn resultaat binnen de rechthoek (de “box”) van deze boxplot.
  • De lijn in het midden van de box geeft de mediaan of het middelpunt aan: de helft van de voorzieningen haalde een resultaat hoger dan of gelijk aan de mediaan, de andere helft haalde een resultaat lager dan of gelijk aan de mediaan.
  • De strepen links en rechts van de box: geven het laagste en hoogst gemeten resultaat weer (het minimum en het maximum). Wie buiten deze lijnen valt, is een uitschieter, een afwijkend resultaat.
  • Het blauw gearceerde veld: geeft de streefwaarde aan voor deze indicator (hoe wordt de streefwaarde gekozen?).

Toelichting voorziening

Universitair Ziekenhuis Brussel, Jette
Geen toelichting voorzien.
Over de periode: 2021

Heropnames

Een heropname kan gepland zijn om de behandeling verder te zetten, bijvoorbeeld wanneer een patiënt op een later tijdstip moet terugkeren voor een operatie of andere bahandeling.
Bij een ongeplande heropname wordt een patiënt na een eerdere behandeling terug worden opgenomen voor een probleem dat samenhangt met de eerdere opname. Deze heropname kan gebeuren in het behandelend of in een ander ziekenhuis. Wanneer dit gebeurt, kan dit wijzen op een onzorgvuldige planning van het ontslag uit het behandelend ziekenhuis. Mogelijks kreeg het oorspronkelijke probleem onvoldoende (na)zorg of er zijn bijkomende problemen zijn opgetreden. U kreeg bijvoorbeeld onvoldoende informatie over uw medicatie, over aspecten waarmee u moest rekening houden of wat u moest vermijden, en u kon de thuisverpleegkundige of huisarts niet contacteren.
Ongeplande heropnames kunnen dikwijls voorkomen worden. Toch is het zo dat sommige patiëntengroepen meer kans hebben om ongepland heropgenomen te worden. Dit vraagt bijkomende aandacht.
Om de kwaliteitsindicatoren rond ongeplande heropnames te berekenen gebruiken we gegevens van de ziekenhuisfactuur die wordt gemaakt voor de verplichte ziekteverzekering. Deze factuur bevat echter niet de nodige medische informatie om te bepalen of de heropname voor een gerelateerde problematiek is. Om toch vooral de ongeplande heropnames mee te nemen, worden enkel de opnames in rekening genomen die zich voordoen binnen 7 dagen na het verlaten van het ziekenhuis én waarbij de patiënt via de spoeddienst een ziekenhuis betreedt. Zo is de kans groot dat een meerderheid van de geselecteerde heropnames toch gerelateerd zijn aan het oorspronkelijke probleem.
Door de beperking van de gegevens is deze meting niet exact. We noemen deze indicator om die reden dan ook een ruwe indicator. Toch is ze voldoende nauwkeurig om grotere verschillen tussen ziekenhuizen of doorheen de jaren op te sporen.
Aangezien er minder patiënten worden heropgenomen na een behandeling in een dagziekenhuis, wordt het resultaat van in het ziekenhuis opgenomen patiënten en patiënten behandeld in een dagziekenhuis apart weergegeven.

Hoeveel percent van de patiënten werd binnen 7 dagen na het einde van hun ziekenhuisverblijf heropgenomen via de spoeddienst van eender welk Belgisch ziekenhuis.

0,5 %
0.5
1
1.5
2
2.5
3
3.5
4

Een heropname na een klassiek verblijf komt regelmatig voor. Bij deze indicator worden enkel opnames van minimaal één dag met overnachting in rekening genomen en waarbij het ontslag viel in het aangeduide jaar. Resultaten worden bepaald per ziekenhuis waarin de opname plaatsvond. De heropname kan in elk Belgisch ziekenhuis gebeuren.

Hier staat een staafgrafiek die het resultaat toont van de voorziening dat u hebt gekozen hebt. De staafgrafiek toont ook waar de resultaten uitkomen van 95% van de voorzieningen, de streefwaarde voor deze indicator en de mediaan.

Legende

  • De gekleurde balk toont het resultaat van de voorziening voor de aangeduide periode of van de voorzieningen in de vergelijking voor de meest recente periode.
  • De onderste, grijze balk (het “95% interval”) geeft aan waar de resultaten uitkomen van 95% van de voorzieningen in de meest recente periode.
  • Het gearceerde, blauwe veld geeft aan wat de streefwaarde is voor deze indicator (hoe wordt de streefwaarde gekozen?).
  • De lichtblauwe brede stippellijn is de mediaan of het middelpunt van de sector, in de meest recente periode: de helft van de voorzieningen in deze sector haalde een resultaat hoger dan of gelijk aan de mediaan, de andere helft haalde een resultaat lager dan of gelijk aan de mediaan.

Hier staat een boxplot. Een boxplot toont met een box waar de resultaten liggen van de helft van alle voorzieningen. In het midden van de box ligt de mediaan. Daarnaast geeft de boxplot ook aan tussen welke grenzen alle resultaten liggen, waar de uitschieters liggen en wat de streefwaarde is voor deze indicator.

Legende

Deze figuur toont twee boxplots. De bovenste boxplot (in volle lijn) toont de positie van de voorziening ten aanzien van alle deelnemende voorzieningen met dezelfde kenmerken. Een psychiatrisch ziekenhuis wordt vergeleken met alle deelnemende psychiatrische ziekenhuizen, een beschut wonen wordt vergeleken met alle deelnemende beschut wonen, …

De tweede boxplot wordt getoond aan de hand van een stippellijn en toont de positie van de voorziening weer ten aanzien van alle GGZ voorzieningen die deelnamen.

  • De helft van alle voorzieningen ligt met zijn resultaat binnen de rechthoek (de “box”) van deze boxplot.
  • De lijn in het midden van de box geeft de mediaan of het middelpunt aan.
    • De stippellijn is de mediaan van de sector GGZ. De helft van de GGZ voorzieningen haalde een resultaat hoger dan of gelijk aan de mediaan, de andere helft haalde een resultaat lager dan of gelijk aan de mediaan.
    • De lichtblauwe volle lijn is de mediaan van de subsector. De helft van de voorzieningen in de subsector haalde een resultaat hoger dan of gelijk aan de mediaan. De andere helft haalde een resultaat lager dan of gelijk aan de mediaan; De mediaan van de subsector wordt enkel getoond wanneer minimum 20% van de erkende voorzieningen een resultaat hebben voor deze indicator.
    • De strepen links en rechts van het vierkant: geven het laagste en hoogst gemeten resultaat weer (het minimum en het maximum). Wie buiten deze lijnen valt, is een uitschieter, een afwijkend resultaat.
    • De groene gearceerde velden: geven de streefwaarde en het ambitieniveau aan voor deze indicator (hoe wordt de streefwaarde gekozen?).

Hier staat een trechtergrafiek. Die toont de resultaten van alle ziekenhuizen ten opzichte van het aantal patiënten in elk ziekenhuis waarvoor de indicator gemeten is. De grafiek geeft twee trechters: het 95% predictieinterval en het 99% predictieinterval. Elk ziekenhuis dat binnen de trechter van het 95% predictieinterval ligt, heeft geen afwijkend resultaat in vergelijking met het Vlaams gemiddelde.

Legende

Dit is een zogenaamde trechtergrafiek (hoe een trechtergrafiek interpreteren?).

  • Hoe hoger een voorziening in deze grafiek ligt, hoe hoger zijn resultaat (de verticale as).
  • Hoe meer naar rechts het resultaat van de voorziening ligt, hoe meer patiënten waarvoor de indicator gemeten is, en hoe betrouwbaarder het resultaat (de horizontale as).
  • Het 95% predictieinterval: elke voorziening die binnen deze trechter ligt, heeft geen afwijkend resultaat in vergelijking met het Vlaams gemiddelde.
  • De blauwe stippellijn: het Vlaams gemiddelde.
  • De grijze stippen: de resultaten van alle andere deelnemende Vlaamse voorzieningen.
  • Het blauw gearceerde veld: dit is de streefwaarde voor deze indicator (hoe wordt de streefwaarde gekozen?)

Legende

Deze grafiek toont de evolutie van de resultaten van de voorziening doorheen de tijd vergeleken met de evolutie in andere voorzieningen.

  • De donkerblauwe lijn en punten tonen het resultaat van de voorziening doorheen de tijd voor de aangeduide periodes.
  • De stippellijnen geven het betrouwbaarheidsinterval aan.
  • Wanneer er een resultaat is voor slechts één periode, wordt het betrouwbaarheidsinterval met een vertikale lijn aangeduid.
  • Het gearceerde, blauwe veld geeft aan wat de streefwaarde is voor deze indicator (hoe wordt de streefwaarde gekozen?).
  • De lichtblauwe lijn is het resultaat voor de gemiddelde patiënt in Vlaanderen.
  • De grijze lijnen op de achtergrond geven de resultaten van de andere voorzieningen weer doorheen de tijd.

Toelichting voorziening

Universitair Ziekenhuis Brussel, Jette
Geen toelichting voorzien.
Over de periode: 2020

Hoeveel percent van de patiënten werd binnen 7 dagen na een behandeling in het chirurgisch dagziekenhuis heropgenomen via de spoeddienst van eender welk Belgisch ziekenhuis.

0,09 %
0
0.1
0.2
0.3
0.4
0.5
0.6
0.7
0.8
0.9
1

Ook na een dagopname kunnen ongeplande heropnames zich voordoen. Bij deze indicator worden enkel behandelingen in het chirurgisch dagziekenhuis tijdens het aangeduide jaar in rekening genomen. Resultaten worden bepaald per ziekenhuis waarin de opname plaatsvond. De heropname kan in elk Belgisch ziekenhuis gebeuren.

Hier staat een staafgrafiek die het resultaat toont van de voorziening dat u hebt gekozen hebt. De staafgrafiek toont ook waar de resultaten uitkomen van 95% van de voorzieningen, de streefwaarde voor deze indicator en de mediaan.

Legende

  • De gekleurde balk toont het resultaat van de voorziening voor de aangeduide periode of van de voorzieningen in de vergelijking voor de meest recente periode.
  • De onderste, grijze balk (het “95% interval”) geeft aan waar de resultaten uitkomen van 95% van de voorzieningen in de meest recente periode.
  • Het gearceerde, blauwe veld geeft aan wat de streefwaarde is voor deze indicator (hoe wordt de streefwaarde gekozen?).
  • De lichtblauwe brede stippellijn is de mediaan of het middelpunt van de sector, in de meest recente periode: de helft van de voorzieningen in deze sector haalde een resultaat hoger dan of gelijk aan de mediaan, de andere helft haalde een resultaat lager dan of gelijk aan de mediaan.

Hier staat een boxplot. Een boxplot toont met een box waar de resultaten liggen van de helft van alle voorzieningen. In het midden van de box ligt de mediaan. Daarnaast geeft de boxplot ook aan tussen welke grenzen alle resultaten liggen, waar de uitschieters liggen en wat de streefwaarde is voor deze indicator.

Legende

Deze figuur toont twee boxplots. De bovenste boxplot (in volle lijn) toont de positie van de voorziening ten aanzien van alle deelnemende voorzieningen met dezelfde kenmerken. Een psychiatrisch ziekenhuis wordt vergeleken met alle deelnemende psychiatrische ziekenhuizen, een beschut wonen wordt vergeleken met alle deelnemende beschut wonen, …

De tweede boxplot wordt getoond aan de hand van een stippellijn en toont de positie van de voorziening weer ten aanzien van alle GGZ voorzieningen die deelnamen.

  • De helft van alle voorzieningen ligt met zijn resultaat binnen de rechthoek (de “box”) van deze boxplot.
  • De lijn in het midden van de box geeft de mediaan of het middelpunt aan.
    • De stippellijn is de mediaan van de sector GGZ. De helft van de GGZ voorzieningen haalde een resultaat hoger dan of gelijk aan de mediaan, de andere helft haalde een resultaat lager dan of gelijk aan de mediaan.
    • De lichtblauwe volle lijn is de mediaan van de subsector. De helft van de voorzieningen in de subsector haalde een resultaat hoger dan of gelijk aan de mediaan. De andere helft haalde een resultaat lager dan of gelijk aan de mediaan; De mediaan van de subsector wordt enkel getoond wanneer minimum 20% van de erkende voorzieningen een resultaat hebben voor deze indicator.
    • De strepen links en rechts van het vierkant: geven het laagste en hoogst gemeten resultaat weer (het minimum en het maximum). Wie buiten deze lijnen valt, is een uitschieter, een afwijkend resultaat.
    • De groene gearceerde velden: geven de streefwaarde en het ambitieniveau aan voor deze indicator (hoe wordt de streefwaarde gekozen?).

Hier staat een trechtergrafiek. Die toont de resultaten van alle ziekenhuizen ten opzichte van het aantal patiënten in elk ziekenhuis waarvoor de indicator gemeten is. De grafiek geeft twee trechters: het 95% predictieinterval en het 99% predictieinterval. Elk ziekenhuis dat binnen de trechter van het 95% predictieinterval ligt, heeft geen afwijkend resultaat in vergelijking met het Vlaams gemiddelde.

Legende

Dit is een zogenaamde trechtergrafiek (hoe een trechtergrafiek interpreteren?).

  • Hoe hoger een voorziening in deze grafiek ligt, hoe hoger zijn resultaat (de verticale as).
  • Hoe meer naar rechts het resultaat van de voorziening ligt, hoe meer patiënten waarvoor de indicator gemeten is, en hoe betrouwbaarder het resultaat (de horizontale as).
  • Het 95% predictieinterval: elke voorziening die binnen deze trechter ligt, heeft geen afwijkend resultaat in vergelijking met het Vlaams gemiddelde.
  • De blauwe stippellijn: het Vlaams gemiddelde.
  • De grijze stippen: de resultaten van alle andere deelnemende Vlaamse voorzieningen.
  • Het blauw gearceerde veld: dit is de streefwaarde voor deze indicator (hoe wordt de streefwaarde gekozen?)

Legende

Deze grafiek toont de evolutie van de resultaten van de voorziening doorheen de tijd vergeleken met de evolutie in andere voorzieningen.

  • De donkerblauwe lijn en punten tonen het resultaat van de voorziening doorheen de tijd voor de aangeduide periodes.
  • De stippellijnen geven het betrouwbaarheidsinterval aan.
  • Wanneer er een resultaat is voor slechts één periode, wordt het betrouwbaarheidsinterval met een vertikale lijn aangeduid.
  • Het gearceerde, blauwe veld geeft aan wat de streefwaarde is voor deze indicator (hoe wordt de streefwaarde gekozen?).
  • De lichtblauwe lijn is het resultaat voor de gemiddelde patiënt in Vlaanderen.
  • De grijze lijnen op de achtergrond geven de resultaten van de andere voorzieningen weer doorheen de tijd.

Toelichting voorziening

Universitair Ziekenhuis Brussel, Jette
Geen toelichting voorzien.
Over de periode: 2020

Internet explorer wordt niet ondersteund

Sorry, uw browser wordt niet meer ondersteund. Gelieve over te schakelen naar een modernere browser, zoals Edge, chrome, firefox etc.