Algemeen Ziekenhuis Sint-Dimpna, Geel

Longkanker

Longkanker is een vorm van kanker die uitgaat van longweefsel. De meest voorkomende types longkanker zijn ‘niet-kleincellige’ longkanker en ‘kleincellige’ longkanker (uitleg zie lager). Volgens cijfers van de Stichting Kankerregister, krijgt in België één op de 16 mannen en 30 vrouwen ooit gedurende zijn/haar leven te maken met longkanker. In België kregen in 2017 5,559 mannen en 2,873 vrouwen een diagnose longkanker, wat overeenkomt met 15 procent van alle kankers bij mannen en 9 procent bij vrouwen. Longkanker is in België de belangrijkste kanker gerelateerde doodsoorzaak bij mannen, en de tweede belangrijkste bij vrouwen.
Een multidisciplinair samengestelde ontwikkelingsgroep met brede vertegenwoordiging vanuit de Vlaamse ziekenhuizen ontwikkelde in samenwerking met de Stichting Kankerregister in 2019 een set kwaliteitsindicatoren voor lonkanker.

Welke aspecten worden gemeten ?

We peilen naar:

  • het bepalen van het type longkanker aan de hand van weefselonderzoek
  • de registratie van longkankers bij de Stichting Kankerregister
  • de sterftekans na ingreep (= heelkunde) of bestraling (= radiotherapie) als hoofdbehandeling
  • het relatief sterfterisico binnen 1 jaar na diagnose van longkanker

verschillende patiëntengroepen

Deze indicatoren zijn berekend voor 3 verschillende groepen van patiënten, afhankelijk van de indicator wordt één van deze groepen geselecteerd:

  1. De groep van alle patiënten die binnen een bepaald ziekenhuis gediagnosticeerd werden met longkanker.
  2. De subgroep van patiënten die een heelkundige ingreep ondergingen, meer precies een ingreep met als doel de patiënt te genezen.
  3. De subgroep van patiënten die bestraling (= radiotherapie) ondergingen, meer precies bestraling met als doel de patiënt te genezen.

In de beschrijving van de indicator staat duidelijk aangegeven op welke groep van patiënten de indicator van toepassing is.
Het aantal patiënten dat per ziekenhuis wordt vermeld is niet gelijk aan het totaal aantal patiënten dat in een specifiek ziekenhuis hun diagnose kreeg of in dat ziekenhuis werd behandeld. Om een zo eerlijk mogelijke vergelijking tussen ziekenhuizen te maken, werden enkel patiënten meegerekend die aan vooraf bepaalde criteria voldeden. Hierdoor is het weergegeven aantal patiënten (veel) kleiner dan het werkelijke aantal patiënten dat een diagnose of behandeling voor longkanker kreeg in dit ziekenhuis.
Longkanker kan onderverdeeld worden in verschillende types: het meest frequent voorkomende type longkanker is ‘niet-kleincellige longkanker’. Een tweede type is ‘kleincellige longkanker’. Andere types werden in deze studie gegroepeerd in een derde groep ‘andere’. Deze drie types kunnen op hun beurt nog verder onderverdeeld worden in subtypes. Afhankelijk van de indicator worden alle types longkanker meegenomen, enkel de niet-kleincellige longkankers, of de niet-kleincellige en de kleincellige longkankers samen. Per indicator wordt aangegeven welke types meegenomen werden voor de berekening.

WAT IS HET DOEL VAN DEZE PUBLICATIE?

Het VIKZ biedt elke zorgvoorziening op Zorgkwaliteit.be een platform om transparant te kunnen communiceren over de gemeten resultaten, deze toe te lichten, ze te vergelijken met andere ziekenhuizen en ze op te volgen doorheen de tijd. Ziekenhuizen die kiezen voor transparantie verdienen dan ook in eerste instantie veel waardering. Op termijn, eens er een meer uitgebreide kernset van indicatoren per ziekenhuis beschikbaar is op Zorgkwaliteit.be, moet dit de patiënt ook kunnen helpen om beter geïnformeerde keuzes te maken.

Elke indicator staat op zichzelf. Je kan geen optelsom van alle behaalde resultaten maken. Het gaat telkens om deelaspecten. Deze indicatoren geven dan ook een idee over de kwaliteit van zorg voor longkanker, maar geen totaalbeeld , en al zeker niet over de gehele zorgkwaliteit in het ziekenhuis.

Ook moet

Hoe kan je de resultaten interpreteren ?

Je kan de resultaten bekijken per individueel ziekenhuis, maar ze ook vergelijken met andere ziekenhuizen. Om te kunnen komen tot een eerlijkere basis voor vergelijking worden enkel patiënten meegenomen die aan vooraf bepaalde, gelijke criteria voldoen. Hierdoor is het weergegeven aantal patiënten per ziekenhuis vaak kleiner dan het werkelijk aantal behandelde patiënten. Ook zijn een minimum aantal patiënten nodig om betekenisvolle conclusies te trekken. Daarom worden de resultaten van ziekenhuizen die minder dan dit minimum aantal patiënten behandelden niet weergegeven. Dit wordt per indicator vermeld onder de inleiding.

Om te kunnen vergelijken worden gecorrigeerde indicatoren berekend. Dit betekent dat hier wordt rekening gehouden met een aantal factoren zoals leeftijd, zelfredzaamheid en ernst van de aandoening, die de patiëntenpopulatie per ziekenhuis bepalen en een invloed kunnen hebben op de resultaten van die indicatoren.Een perfecte correctie is echter niet mogelijk, maar ondanks deze beperking zijn deze resultaten voldoende betrouwbaar. Voor de indicatoren van sterftekans en sterfterisico werden geen streefwaarden vooropgesteld door de longkankerexperten.

Hoe controleren we de betrouwbaarheid van deze indicatoren?

Controle van de indicatoren en de resultaten gebeurde op drie niveaus:

 

  • De indicatoren zijn afgeleid uit een nationaal rapport van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE). Dit rapport werd opgesteld op basis van verscheidene nationale en internationale publicaties. De selectie en verfijning van de indicatoren gebeurde door een groep van longkankerexperten.
  • De indicatoren worden berekend op basis van een koppeling van de databank van de Stichting Kankerregister met deze van het Intermutualistisch Agentschap (IMA). Het Kankerregister past in deze fase uitgebreide validatieprocedures en kwaliteitscontroles toe.
  • De resultaten worden nadien ter controle voorgelegd aan de ziekenhuizen. Zij kijken de resultaten na aan de hand van de gegevens uit hun medische dossiers en krijgen de tijd om eventuele verschillen in de resultaten te melden aan het Kankerregister.
  • Vervolgens worden de indicatoren, de gehanteerde methodologie en procedure, de voorstellingswijze en duiding bij de resultaten voorgelegd aan de Toezichtscommissie van VIKZ. Deze commissie fungeert als onafhankelijk toezichthoudend orgaan met als doel het uitoefenen van toezicht op de werkzaamheden van de vertrouwde derde partij enerzijds en de bewaking van de kwaliteit en validiteit bij de ontwikkeling, de berekening en het gebruik van indicatoren anderzijds.

Type indicatoren - verschillende meetmomenten

Voor longkanker werden zowel procesindicatoren als "outcome" of uitkomstindicatoren geselecteerd.

Diagnose van longkanker

Onderstaande indicatoren zijn procesindicatoren. Voor procesindicatoren wordt het percentage patiënte berekend waarvoor het gewenste proces (bv. aanlevering van gegevens aan de Stichting Kankerregister) heeft plaatsgevonden.

Bij welk percentage van de patiënten met longkanker werd een cel- en/of weefselonderzoek van de tumor uitgevoerd?

86 %
0
10
20
30
40
50
60
70
80
90
100

Waarom is deze indicator belangrijk?

Er zijn verschillende types van longkanker, waarbij niet-kleincellige longkanker en kleincellige longkanker de meest voorkomende zijn. Het is belangrijk om reeds vóór het opstarten van een behandeling het exacte type en de uitgebreidheid van de tumor te bepalen. Om het type longkanker te bepalen, worden stukjes weefsel van de tumor afgenomen om deze vervolgens in het labo te onderzoeken. Een juiste diagnose stellen, maakt het mogelijk om een individuele, gerichte therapie op te starten. Dit komt de overlevingskansen ten goede.

Hier staat een staafgrafiek die het resultaat toont van de voorziening dat u hebt gekozen hebt. De staafgrafiek toont ook waar de resultaten uitkomen van 95% van de voorzieningen, de streefwaarde voor deze indicator en de mediaan.

Legende

  • De gekleurde balk toont het resultaat van de voorziening voor de aangeduide periode of van de voorzieningen in de vergelijking voor de meest recente periode.
  • De onderste, grijze balk (het “95% interval”) geeft aan waar de resultaten uitkomen van 95% van de voorzieningen in de meest recente periode.
  • Het gearceerde, blauwe veld geeft aan wat de streefwaarde is voor deze indicator (hoe wordt de streefwaarde gekozen?).
  • De lichtblauwe brede stippellijn is de mediaan of het middelpunt van de sector, in de meest recente periode: de helft van de voorzieningen in deze sector haalde een resultaat hoger dan of gelijk aan de mediaan, de andere helft haalde een resultaat lager dan of gelijk aan de mediaan.

Hier staat een trechtergrafiek. Die toont de resultaten van alle ziekenhuizen ten opzichte van het aantal patiënten in elk ziekenhuis waarvoor de indicator gemeten is. De grafiek geeft twee trechters: het 95% predictieinterval en het 99% predictieinterval. Elk ziekenhuis dat binnen de trechter van het 95% predictieinterval ligt, heeft geen afwijkend resultaat in vergelijking met het Vlaams gemiddelde.

Legende

Dit is een zogenaamde trechtergrafiek (hoe een trechtergrafiek interpreteren?).

  • Hoe hoger een voorziening in deze grafiek ligt, hoe hoger zijn resultaat (de verticale as).
  • Hoe meer naar rechts het resultaat van de voorziening ligt, hoe meer patiënten waarvoor de indicator gemeten is, en hoe betrouwbaarder het resultaat (de horizontale as).
  • Het 95% predictieinterval: elke voorziening die binnen deze trechter ligt, heeft geen afwijkend resultaat in vergelijking met het Vlaams gemiddelde.
  • De blauwe stippellijn: het Vlaams gemiddelde.
  • De grijze stippen: de resultaten van alle andere deelnemende Vlaamse voorzieningen.
  • Het blauw gearceerde veld: dit is de streefwaarde voor deze indicator (hoe wordt de streefwaarde gekozen?)

Toelichting voorziening

Algemeen Ziekenhuis Sint-Dimpna, Geel
Geen toelichting voorzien.
Over de periode: 2012-2016

Bij welk percentage van de patiënten met longkanker werd het klinisch TNM stadium (cTNM) van de tumor geregistreerd bij de Stichting Kankerregister?

83 %
0
10
20
30
40
50
60
70
80
90
100

Waarom is deze indicator belangrijk?

In België wordt iedere nieuwe kankerdiagnose geregistreerd bij de Stichting Kankerregister, de zogenaamde kankerregistratie. Ziekenhuizen met een zorgprogramma voor oncologische basiszorg en ziekenhuizen met een zorgprogramma voor oncologie en laboratoria voor pathologische anatomie zijn wettelijk verplicht om mee te werken aan de kankerregistratie. Het klinisch stadium (cTNM) van de tumor bij diagnose is verplicht te registreren informatie.
TNM is een classificatiesysteem waarbij de uitgebreidheid van de tumor wordt beoordeeld, en de classificatie is gebaseerd op de beoordeling van 3 elementen: T, de primaire tumor; N, de klierstations; M, de uitzaaiingen op afstand. Twee verschillende classificaties of stageringen kunnen worden opgesteld: een klinische en een pathologische. De klinische TNM (cTNM) vormt in het algemeen de basis voor de initiële therapiekeuze, en wordt bepaald vooraleer een behandeling wordt gestart. De cTNM is eveneens essentieel om vergelijking tussen patiëntgroepen mogelijk te maken.

Hier staat een staafgrafiek die het resultaat toont van de voorziening dat u hebt gekozen hebt. De staafgrafiek toont ook waar de resultaten uitkomen van 95% van de voorzieningen, de streefwaarde voor deze indicator en de mediaan.

Legende

  • De gekleurde balk toont het resultaat van de voorziening voor de aangeduide periode of van de voorzieningen in de vergelijking voor de meest recente periode.
  • De onderste, grijze balk (het “95% interval”) geeft aan waar de resultaten uitkomen van 95% van de voorzieningen in de meest recente periode.
  • Het gearceerde, blauwe veld geeft aan wat de streefwaarde is voor deze indicator (hoe wordt de streefwaarde gekozen?).
  • De lichtblauwe brede stippellijn is de mediaan of het middelpunt van de sector, in de meest recente periode: de helft van de voorzieningen in deze sector haalde een resultaat hoger dan of gelijk aan de mediaan, de andere helft haalde een resultaat lager dan of gelijk aan de mediaan.

Hier staat een trechtergrafiek. Die toont de resultaten van alle ziekenhuizen ten opzichte van het aantal patiënten in elk ziekenhuis waarvoor de indicator gemeten is. De grafiek geeft twee trechters: het 95% predictieinterval en het 99% predictieinterval. Elk ziekenhuis dat binnen de trechter van het 95% predictieinterval ligt, heeft geen afwijkend resultaat in vergelijking met het Vlaams gemiddelde.

Legende

Dit is een zogenaamde trechtergrafiek (hoe een trechtergrafiek interpreteren?).

  • Hoe hoger een voorziening in deze grafiek ligt, hoe hoger zijn resultaat (de verticale as).
  • Hoe meer naar rechts het resultaat van de voorziening ligt, hoe meer patiënten waarvoor de indicator gemeten is, en hoe betrouwbaarder het resultaat (de horizontale as).
  • Het 95% predictieinterval: elke voorziening die binnen deze trechter ligt, heeft geen afwijkend resultaat in vergelijking met het Vlaams gemiddelde.
  • De blauwe stippellijn: het Vlaams gemiddelde.
  • De grijze stippen: de resultaten van alle andere deelnemende Vlaamse voorzieningen.
  • Het blauw gearceerde veld: dit is de streefwaarde voor deze indicator (hoe wordt de streefwaarde gekozen?)

Toelichting voorziening

Algemeen Ziekenhuis Sint-Dimpna, Geel
Geen toelichting voorzien.
Over de periode: 2012-2016

Bij welk percentage van de geopereerde patiënten met longkanker werd het pathologisch TNM stadium (pTNM) van de tumor geregistreerd bij de Stichting Kankerregister?

95 %
0
10
20
30
40
50
60
70
80
90
100

Waarom is deze indicator belangrijk?

In België wordt iedere nieuwe kankerdiagnose geregistreerd bij de Stichting Kankerregister, de zogenaamde kankerregistratie. Ziekenhuizen met een zorgprogramma voor oncologische basiszorg en ziekenhuizen met een zorgprogramma voor oncologie en laboratoria voor pathologische anatomie zijn wettelijk verplicht om mee te werken aan de kankerregistratie. Het pathologisch stadium (pTNM) van de tumor na longkankerchirurgie is verplicht te registreren informatie voor geopereerde patiënten.
TNM is een classificatiesysteem waarbij de uitgebreidheid van de tumor wordt beoordeeld, en de classificatie is gebaseerd op de beoordeling van 3 elementen: T, de primaire tumor; N, de klierstations; M, de uitzaaiingen op afstand. Twee verschillende classificaties of stageringen kunnen worden opgesteld: een klinische en een pathologische. De pathologische TNM (pTNM) wordt toegekend aan patiënten die eerst behandeld worden met heelkunde en vormt de basis voor de keuze van een mogelijke therapie volgend na de heelkunde. Daarnaast draagt de pTNM ook in belangrijke mate bij tot een inschatting van de overlevingskansen.

Hier staat een staafgrafiek die het resultaat toont van de voorziening dat u hebt gekozen hebt. De staafgrafiek toont ook waar de resultaten uitkomen van 95% van de voorzieningen, de streefwaarde voor deze indicator en de mediaan.

Legende

  • De gekleurde balk toont het resultaat van de voorziening voor de aangeduide periode of van de voorzieningen in de vergelijking voor de meest recente periode.
  • De onderste, grijze balk (het “95% interval”) geeft aan waar de resultaten uitkomen van 95% van de voorzieningen in de meest recente periode.
  • Het gearceerde, blauwe veld geeft aan wat de streefwaarde is voor deze indicator (hoe wordt de streefwaarde gekozen?).
  • De lichtblauwe brede stippellijn is de mediaan of het middelpunt van de sector, in de meest recente periode: de helft van de voorzieningen in deze sector haalde een resultaat hoger dan of gelijk aan de mediaan, de andere helft haalde een resultaat lager dan of gelijk aan de mediaan.

Hier staat een trechtergrafiek. Die toont de resultaten van alle ziekenhuizen ten opzichte van het aantal patiënten in elk ziekenhuis waarvoor de indicator gemeten is. De grafiek geeft twee trechters: het 95% predictieinterval en het 99% predictieinterval. Elk ziekenhuis dat binnen de trechter van het 95% predictieinterval ligt, heeft geen afwijkend resultaat in vergelijking met het Vlaams gemiddelde.

Legende

Dit is een zogenaamde trechtergrafiek (hoe een trechtergrafiek interpreteren?).

  • Hoe hoger een voorziening in deze grafiek ligt, hoe hoger zijn resultaat (de verticale as).
  • Hoe meer naar rechts het resultaat van de voorziening ligt, hoe meer patiënten waarvoor de indicator gemeten is, en hoe betrouwbaarder het resultaat (de horizontale as).
  • Het 95% predictieinterval: elke voorziening die binnen deze trechter ligt, heeft geen afwijkend resultaat in vergelijking met het Vlaams gemiddelde.
  • De blauwe stippellijn: het Vlaams gemiddelde.
  • De grijze stippen: de resultaten van alle andere deelnemende Vlaamse voorzieningen.
  • Het blauw gearceerde veld: dit is de streefwaarde voor deze indicator (hoe wordt de streefwaarde gekozen?)

Toelichting voorziening

Algemeen Ziekenhuis Sint-Dimpna, Geel
Geen toelichting voorzien.
Over de periode: 2012-2016

Bij welk percentage van alle longkankerpatiënten werd de WHO performantie status geregistreerd bij de Stichting Kankerregister?

93 %
0
10
20
30
40
50
60
70
80
90
100

Waarom is deze indicator belangrijk?

In België wordt iedere nieuwe kankerdiagnose geregistreerd bij de Stichting Kankerregister, de zogenaamde kankerregistratie. Ziekenhuizen met een zorgprogramma voor oncologische basiszorg en ziekenhuizen met een zorgprogramma voor oncologie en laboratoria voor pathologische anatomie zijn wettelijk verplicht om mee te werken aan de kankerregistratie. De ‘Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) performantie status’ van de patiënt bij diagnose, de zogenaamde ‘WHO score’, is verplicht te registreren informatie. De ‘WHO score’ geeft de mate van zelfredzaamheid van de patiënt op het moment van de diagnose weer en is gebaseerd op een scoresysteem van 0 tot 5.
De ‘WHO score’ vormt een belangrijk element in de diagnose en bepaalt mee de behandelingsmogelijkheden. De scores betekenen het volgende:

  • Een score 0 komt overeen met een patiënt zonder ziektesymptomen en een normale activiteit,
  • Een score 1 komt overeen met een patiënt met ziektesymptomen maar volledig ambulant en in staat om lichte werkzaamheden uit te voeren,
  • Een score 2 komt overeen met een patiënt met ziektesymptomen die meer dan 50% van de tijd overdag ambulant is en voor zichzelf kan zorgen,
  • Een score 3 komt overeen met een patiënt met ziektesymptomen die meer dan 50% van de tijd overdag bed- of zetelgebonden is,

  • Een score 4 komt overeen met een volledig afhankelijke en 100% bed- of zetelgebonden patiënt,
  • Een score 5 komt overeen met overleden patiënten (niet van toepassing in deze studie).

Hier staat een staafgrafiek die het resultaat toont van de voorziening dat u hebt gekozen hebt. De staafgrafiek toont ook waar de resultaten uitkomen van 95% van de voorzieningen, de streefwaarde voor deze indicator en de mediaan.

Legende

  • De gekleurde balk toont het resultaat van de voorziening voor de aangeduide periode of van de voorzieningen in de vergelijking voor de meest recente periode.
  • De onderste, grijze balk (het “95% interval”) geeft aan waar de resultaten uitkomen van 95% van de voorzieningen in de meest recente periode.
  • Het gearceerde, blauwe veld geeft aan wat de streefwaarde is voor deze indicator (hoe wordt de streefwaarde gekozen?).
  • De lichtblauwe brede stippellijn is de mediaan of het middelpunt van de sector, in de meest recente periode: de helft van de voorzieningen in deze sector haalde een resultaat hoger dan of gelijk aan de mediaan, de andere helft haalde een resultaat lager dan of gelijk aan de mediaan.

Hier staat een trechtergrafiek. Die toont de resultaten van alle ziekenhuizen ten opzichte van het aantal patiënten in elk ziekenhuis waarvoor de indicator gemeten is. De grafiek geeft twee trechters: het 95% predictieinterval en het 99% predictieinterval. Elk ziekenhuis dat binnen de trechter van het 95% predictieinterval ligt, heeft geen afwijkend resultaat in vergelijking met het Vlaams gemiddelde.

Legende

Dit is een zogenaamde trechtergrafiek (hoe een trechtergrafiek interpreteren?).

  • Hoe hoger een voorziening in deze grafiek ligt, hoe hoger zijn resultaat (de verticale as).
  • Hoe meer naar rechts het resultaat van de voorziening ligt, hoe meer patiënten waarvoor de indicator gemeten is, en hoe betrouwbaarder het resultaat (de horizontale as).
  • Het 95% predictieinterval: elke voorziening die binnen deze trechter ligt, heeft geen afwijkend resultaat in vergelijking met het Vlaams gemiddelde.
  • De blauwe stippellijn: het Vlaams gemiddelde.
  • De grijze stippen: de resultaten van alle andere deelnemende Vlaamse voorzieningen.
  • Het blauw gearceerde veld: dit is de streefwaarde voor deze indicator (hoe wordt de streefwaarde gekozen?)

Toelichting voorziening

Algemeen Ziekenhuis Sint-Dimpna, Geel
Geen toelichting voorzien.
Over de periode: 2012-2016

Sterfterisico

Onderstaande indicatoren zijn uitkomstindicatoren. Afhankelijk van het type een van de volgende twee meetwijzen toegepast:

  • het percentage patiënten waarvoor een bepaalde gebeurtenis (= uitkomst) zich heeft voorgedaan.
  • de tijd sinds de kankerdiagnose tot een welbepaalde gebeurtenis zich voordoet.

De gebeurtenis waar het hier over gaat, is steeds het overlijden, zelfs indien in een indicator over “overleving” gesproken wordt. De gebeurtenis wordt steeds bekeken voor een specifieke patiëntengroep:

  • Voor de subgroep van patiënten die een heelkundige ingreep ondergingen in een bepaald ziekenhuis: Het percentage patiënten dat overleed binnen 90 dagen na het verwijderen van (een deel van) de long. Hier wordt de gecorrigeerde sterftekans binnen 90 dagen na de ingreep gemeten.
  • Voor de subgroep van patiënten die behandeld werden met bestraling in een bepaald ziekenhuis: Het percentage patiënten dat overleed binnen 60 dagen na het einde van de bestraling. Hier wordt de gecorrigeerde sterftekans binnen 60 dagen na het einde van de bestraling gemeten.
  • Voor de groep van alle patiënten gediagnosticeerd in een bepaald ziekenhuis: de tijd tussen de datum van diagnose en het overlijden, tot één jaar na de datum van diagnose. Het relatief sterfterisico één jaar na diagnose wordt gemeten.

Gezien de kans op overleven afhankelijk is van een aantal factoren wordt rekening gehouden met onderstaande factoren:

  • Geslacht van de patiënt
  • Leeftijd bij diagnose
  • Klinisch stadium van de ziekte (=uitgebreidheid van de tumor op het moment van diagnose)
  • Subtype van longkanker
  • Mate van zelfredzaamheid van de patiënt op moment van diagnose. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van het scoresysteem van de Wereldgezondheidsorganisatie
  • Andere aandoeningen van de patiënt zoals chronische hart- en vaataandoeningen, chronische aandoeningen van de luchtwegen en suikerziekte
  • Aantal dagen dat een patiënt opgenomen werd gedurende het jaar voorafgaand aan de diagnose van rectumkanker.

Door rekening te houden met deze factoren kan er een eerlijkere vergelijking tussen de ziekenhuizen worden bekomen.

Merk op dat het onmogelijk is om te corrigeren voor álle factoren die een invloed kunnen hebben op het sterftekans, aangezien deze informatie niet allemaal voorhanden is.

Wat is het sterfterisico (odds ratio) binnen 90 dagen na het (gedeeltelijk) verwijderen van de long, indien rekening wordt gehouden met de hierboven vermelde factoren die een invloed hebben op het sterfterisico.
Deze indicator wordt enkel berekend voor geopereerde patiënten met niet-kleincellige longkanker, die op basis van hun uitgebreidheid operabel worden geacht (klinisch stadium I tot IIIA).

Het resultaat van deze indicator werd niet bepaald, omdat Algemeen Ziekenhuis Sint-Dimpna onvoldoende patiënten had waarvoor de indicator van toepassing was. Daardoor zijn er voor 2012-2016 onvoldoende gegevens beschikbaar om een betrouwbaar resultaat te kunnen tonen.

Waarom is deze indicator belangrijk?

Deze indicator vergelijkt het sterfterisico bij longkankerpatiënten binnen de 90 dagen na heelkunde waarbij de long (gedeeltelijk) werd verwijderd.
De kans dat een patiënt overlijdt binnen 90 dagen na chirurgie hangt niet alleen af van de kwaliteit van de chirurgische behandeling maar ook van andere factoren.
Het is belangrijk om hiermee rekening te houden bij de vergelijking van sterftecijfers tussen ziekenhuizen. Indien het ene ziekenhuis bijvoorbeeld oudere patiënten en/of meer gevorderde longtumoren behandelt dan een ander ziekenhuis, dan kan men verwachten dat de sterftekans in het eerste ziekenhuis hoger ligt dan in het andere ziekenhuis. Door de indicator te corrigeren, kan er een eerlijkere vergelijking tussen de ziekenhuizen worden bekomen.

Hoe deze resultaten interpreteren?

De gecorrigeerde vergelijking van de sterftekans na ingreep wordt weergegeven aan de hand van een “odds ratio”. Een odds ratio groter (kleiner) dan 1 wijst op een hogere (lagere) sterftekans in vergelijking tot het gemiddeld Vlaams ziekenhuis.

Over de periode: 2012-2016

Wat is het sterfterisico (odds ratio) binnen 60 dagen na bestraling (= radiotherapie), indien rekening wordt gehouden met de hierboven vermelde factoren en het al dan niet gelijktijdig behandelen met chemotherapie of antistoftherapie (andere medicamenteuze antitumorale therapie dan chemotherapie). Deze factoren hebben een invloed op het sterfteriscico.
Deze indicator wordt enkel berekend voor patiënten met niet-kleincellige longkanker of kleincellige longkanker, die lokaal gevorderd maar niet uitgezaaid is bij diagnose (klinisch stadium III), en behandeld met bestraling.

Het resultaat van deze indicator werd niet bepaald, omdat Algemeen Ziekenhuis Sint-Dimpna onvoldoende patiënten had waarvoor de indicator van toepassing was. Daardoor zijn er voor 2012-2016 onvoldoende gegevens beschikbaar om een betrouwbaar resultaat te kunnen tonen.

Waarom is deze indicator belangrijk?

Deze indicator vergelijkt het sterfterisico bij longkankerpatiënten binnen de 60 dagen na bestraling (= radiotherapie). De kans dat een patiënt overlijdt binnen 60 dagen na het einde van de bestraling hangt niet alleen af van de kwaliteit van de bestraling maar ook van andere factoren.
Het is belangrijk om hiermee rekening te houden bij de vergelijking van sterftecijfers tussen ziekenhuizen. Indien het ene ziekenhuis bijvoorbeeld oudere patiënten en/of meer gevorderde longtumoren behandelt dan een ander ziekenhuis, dan kan men verwachten dat de sterftekans in het eerste ziekenhuis hoger ligt dan in het andere ziekenhuis. Door de indicator te corrigeren, kan er een eerlijkere vergelijking tussen de ziekenhuizen worden bekomen.

Hoe deze resultaten interpreteren?

De gecorrigeerde vergelijking van de sterftekans na bestraling wordt weergegeven aan de hand van een “odds ratio”. Een odds ratio groter (kleiner) dan 1 wijst op een hogere (lagere) sterftekans in vergelijking tot het gemiddeld Vlaams ziekenhuis.

Over de periode: 2012-2016

Wat is het relatief sterfterisico (hazard ratio) voor patiënten binnen één jaar na het vaststellen van longkanker in een specifiek ziekenhuis, indien we rekening houden met de hierboven vermelde factoren?
Bij deze indicator tellen alle doodsoorzaken mee, dus niet alleen longkanker. De term gecorrigeerd wijst op het feit dat om het sterfterisico te berekenen rekening gehouden wordt met een aantal factoren die een invloed hebben op het sterfterisico. Deze factoren worden hierboven weergegeven. De term relatief wijst op het feit dat het sterfterisico beschouwd wordt in vergelijking tot het gemiddelde Vlaams ziekenhuis.

1,10
0
0.2
0.4
0.6
0.8
1
1.2
1.4
1.6

Waarom is deze indicator belangrijk?

Deze indicator vergelijkt het geobserveerd relatief sterfterisico (hazard ratio) tussen ziekenhuizen onderling voor patiënten met longkanker tot één jaar na hun diagnose ongeacht de doodsoorzaak, rekening houdend met bovenstaande factoren.
Het is belangrijk om deze factoren in rekening te brengen bij de vergelijking van overlevingskansen tussen ziekenhuizen. Indien ziekenhuis A gemiddeld gezien oudere patiënten en/of meer gevorderde longkankers behandelt dan ziekenhuis B, dan is het immers te verwachten dat de overlevingskans voor ziekenhuis A lager ligt dan voor ziekenhuis B. Door de indicator voor dergelijke beïnvloedende factoren te corrigeren, kan er een eerlijkere vergelijking tussen de ziekenhuizen bekomen worden. Merk op dat het onmogelijk is om te corrigeren voor álle factoren die een invloed kunnen hebben op de overleving, aangezien deze informatie niet allemaal voorhanden is.

Hoe deze resultaten interpreteren?

Het gecorrigeerd geobserveerd relatief sterfterisico wordt vergeleken aan de hand van het relatief risico (= de “hazard ratio”). De hazard ratio is een niet-proportionele maat voor hoeveel keer groter of kleiner het sterfterisico binnen één jaar na diagnose in een bepaald ziekenhuis is, in vergelijking met het gemiddelde Vlaamse ziekenhuis. Een hazard ratio groter (kleiner) dan 1 wijst op een hogere (lagere) sterftekans in vergelijking tot het gemiddeld Vlaams ziekenhuis.

Hier staat een staafgrafiek die het resultaat toont van de voorziening dat u hebt gekozen hebt. De staafgrafiek toont ook waar de resultaten uitkomen van 95% van de voorzieningen, de streefwaarde voor deze indicator en de gemiddelde patiënt.

Legende

  • De gekleurde balk toont het resultaat van de voorziening voor de aangeduide periode of voor de voorzieningen die worden vergeleken.
  • De onderste, grijze balk (het “95% interval”) geeft aan waar de resultaten uitkomen van 95% van de voorzieningen voor de meest recente periode.
  • De blauwe stippellijn is de gemiddelde patiënt in de meest recente periode (wat is de gemiddelde patiënt?).

Hier staat een boomgrafiek. Deze toont voor elk ziekenhuis het resultaat en het betrouwbaarheidsinterval. Hoe hoger een ziekenhuis in deze grafiek ligt, hoe hoger zijn resultaat. Hoe meer naar rechts het ziekenhuis ligt, hoe meer patiënten waarvoor de indicator gemeten is.

Legende

Dit is een zogenaamde boomgrafiek (hoe de boomgrafiek interpreteren?).

  • Ofwel worden de resultaten van de voorziening getoond voor de beschikbare periodes ofwel de resultaten van verschillende voorzieningen voor de meest recente periode.
  • Hoe hoger een ziekenhuis in deze grafiek ligt, hoe hoger zijn resultaat (de verticale as).
  • Hoe meer naar rechts het resultaat van de voorziening ligt, hoe meer patiënten waarvoor de indicator gemeten is (de horizontale as).
  • Het 95% betrouwbaarheidsinterval van de gekozen periode: elke voorziening waarvan het betrouwbaarheidsinterval de blauwe stippellijn snijdt, heeft geen afwijkend resultaat in vergelijking met de gemiddelde patiënt.
  • De blauwe stippellijn: het resultaat voor de gemiddelde patiënt van de gekozen periode (wat is de gemiddelde patiënt?).
  • De grijze stippen: de resultaten van alle deelnemende Vlaamse voorzeiningen.
  • Gebruik de knop onderaan om een andere periode te kiezen

Toelichting voorziening

Algemeen Ziekenhuis Sint-Dimpna, Geel
Geen toelichting voorzien.
Over de periode: 2012-2016

Internet explorer wordt niet ondersteund

Sorry, uw browser wordt niet meer ondersteund. Gelieve over te schakelen naar een modernere browser, zoals Edge, chrome, firefox etc.